Informatiehuishouding overheid

Drie weken antwoord, vijf jaar dossier

Bij een Kamervraag lever je geen documenten. Je levert een verhaal met een kloppende onderbouwing.

Een Kamerlid stelt vijftien schriftelijke vragen over een subsidieregeling: wanneer was het ministerie op de hoogte van de uitvoeringsproblemen, welke interne adviezen lagen er, en waarom is de Kamer niet eerder geïnformeerd. Het verzoek belandt op woensdagmiddag bij een directie. Drie weken voor een conceptantwoord met onderliggend dossier. De dossierhouder belt rond. Één collega is naar een ander DG vertrokken. Een ander zoekt een advies uit 2022 dat in een nota uit 2023 wordt aangehaald, maar dat in het DMS niet te vinden is. Een derde mailt: “Volgens mij staat dat nog op de schijf van Loes, die is twee jaar geleden met pensioen gegaan.”

Een Kamervraag beantwoorden is iets anders dan een Woo-verzoek afhandelen. Bij een Woo lever je wat er is, gefilterd op wat openbaar mag. Bij een Kamervraag bouw je een coherent antwoord op basis van wat er is, en moet je kunnen aantonen dat dat antwoord klopt. Het dossier wordt niet samengesteld, het wordt gereconstrueerd. Welke nota’s lagen op tafel toen het besluit viel? Welke adviezen zijn destijds gegeven, en door wie? Welke correspondentie was er met de uitvoeringsorganisatie? Eerdere Kamervragen over hetzelfde thema, wat is daarop geantwoord? Die informatie zit zelden gestructureerd bij elkaar. Ze zit in DMS’en, mailboxen, persoonlijke schijven, en in de hoofden van mensen die er destijds aan werkten.

Artikel 68 van de Grondwet verplicht bewindslieden de Kamer alle gevraagde inlichtingen te geven, behalve voor zover het belang van de staat zich daartegen verzet. Onvolledig informeren is geen procedurefout. Het is, in de Nederlandse politieke verhouding, de categorie incident: een tweede ronde, een spoeddebat, in het ergste geval een motie. Bij elk dossier dat onder druk wordt samengesteld zit het risico ingebakken dat er een document bestaat dat er niet bij zat - en dat later via een Woo-verzoek of een parlementaire enquête alsnog opduikt. Dan is het probleem niet meer het ontbrekende stuk. Het probleem is dat de Kamer onvolledig is geïnformeerd. En dat probleem laat zich (zo heeft de geschiedenis meerdere keren bewezen) niet meer repareren.

Wij benaderen het aan de voorkant: door het documentlandschap doorzoekbaar te maken voordat het verzoek binnenkomt. Het platform indexeert DMS’en, gedeelde schijven, archiefdiensten en mailarchief op inhoud. OCR maakt ook oudere scans en ingekomen brieven doorzoekbaar. Documenttypes - beslisnota, advies, Kamerbrief, rapportage - worden herkend en gekoppeld aan beleidsdossiers inclusief goed opgezette metadata. Verwijzingen tussen documenten worden gevolgd op inhoud: deze beslisnota verwijst naar dat advies, dat advies naar die uitvoeringsrapportage, en daar zit ook nog een eerdere Kamerbrief over hetzelfde onderwerp. De stap die er nu meestal niet is, zit erin: na samenstelling van een dossier zoekt het platform het volledige bestand af op inhoudelijk gerelateerde stukken die niet in het casedossier zitten. Een mens beslist vervolgens of die er bewust buiten blijven of alsnog meegaan.

Het verschil zit niet zozeer in snelheid, al gaat het ook veel sneller. Het verschil is dat de minister een antwoord stuurt waarvan kan worden uitgelegd hoe het tot stand is gekomen - welke bronnen zijn doorzocht, welke documenten zijn meegenomen, welke uitgesloten en op welke grond. Als er een vervolgvraag komt, een Woo-verzoek over hetzelfde thema, of een onderzoek, dan ligt het volledige dossier er al. En in politiek en bestuurlijk Den Haag is het verschil tussen aannemen dat een dossier compleet is en kunnen aantonen dat het compleet is, geen detail.

Herkent u deze situatie?